In memoriam Gerard van der Wal

Gerard van der Wal is niet meer. Vorige week maandag viel definitief het finishdoek voor de sportman pur sang. Daarmee heeft de wereld een mens verloren wiens leven in het teken stond van snelheid. De race tegen de dood was echter niet te winnen.

Gerard van der Wal is niet meer. Vorige week maandag viel definitief het finishdoek voor de sportman pur sang. Daarmee heeft de wereld een mens verloren wiens leven in het teken stond van snelheid. De race tegen de dood was echter niet te winnen.

Gerard van der Wal werd geboren op de Tubberger es, in de schaduw van Herman Schaepmans beeltenis. Al jong werd hij besmet met het racevirus dat hij opliep tijdens de legendarische motorwedstrijden op het stratencircuit van Tubbergen. De geur van Castrol, rokend rubber en benzinedamp betoverde hem. Zonder dat het thuisfront het wist prepareerde hij een oude motorfiets en trainde stiekempjes voor het motorspektakel op Tweede Pinksterdag. De mond van zijn vader viel dan ook open toen hij de naam van zijn zoon op de deelnemerslijst zag staan.

Op de motor groeide Gerard uit tot een duivelskunstenaar. Met Honda en Yamaha regeerde hij in de 250 cc-klasse. Maar liefst vier keer werd hij Nederlands kampioen. Ook eiste hij het kampioenschap van de Benelux voor zich op. Hij stond aan de start van Grand Prix wedstijden in heel Europa en deed mee aan de acht-uur-race op het circuit van Suzuka in Japan. Met zijn talent, vechtersmentaliteit en durf verkende hij de grenzen van de motorsport, altijd op zoek naar dat flinterdunne raakvlak tussen snelheid en balans.
Ook toen hij de gashendel in de racesport voorgoed dichtdraaide, bleef hij de motor trouw. Hij was een graag geziene gast tijdens demonstratiewedstrijden waarbij hij excelleerde met zijn vloeiende rijstijl.

In atletiek, langeafstandslopen en wielrennen vond hij andere uitdagingen. Bijna 25 jaar was hij lid van de Tubbergse Wielerclub. Daar ontpopte hij zich niet alleen als een begenadigd pedaleur. Met al zijn ervaring leerde hij nieuwelingen de techniek van sturen, temporiseren, schakelen…. Hij organiseerde tijdritten en hielp mee met clubweekenden van de WTCT en andere uitjes.

Hoe gezond Gerard ook leefde, hij kon niet verhinderen dat een zeldzame vorm van schildklierkanker hem overrompelde. Zoals hij zijn motor altijd de wil had opgelegd, zo vocht hij ook nu terug. Maar toen de ziekte zich ook aan zijn botten vergreep, moest hij zich gewonnen geven. Een ervaring die in het vocabulaire van zijn sportieve leven niet voorkwam.
Op zijn eigen, specifieke manier reageerde hij op het onvermijdelijke: ‘Ik ben niet bang om de dood in de ogen te kijken.’

Liefdevol verzorgd door zijn vrouw Lucy en hun zonen Wiebe en Max zag hij het einde, vanuit zijn woning aan de Iemscheweg in Manderveen, naderen. Het bezoek van zijn oude motorvrienden, die hem onlangs een massaal eresaluut brachten, lieten voor even oude tijden herleven. Toen de motoren hun ronkende lied zongen en de benzinedampen als wierook naar de hemel stegen, veegde de ongenaakbare coureur van weleer de tranen uit zijn ogen.

Zoals Gerard gewoon was de regie in eigen hand te nemen, deed hij dat ook met zijn levenstijd. Na 62 jaar streek hijzelf zijn laatste finishvlag.

In Gerard van der Wal verliest de motorwereld een icoon. De Tubbergse Wielerclub een bevlogen sportman en de samenleving een gerespecteerd mens.

Bestuur en leden van de WTCT Tubbergen